Een onbezorgde zomeravond

Dit verhaal heb ik ooit geschreven exclusief voor de boeken site Ezzulia. Helaas bestaat deze sinds kort niet meer, dus komt het verhaal nu weer hier. Veel plezier.

Een onbezorgde zomeravond.

Peter en Patty zaten samen aan de bar nog wat na te genieten van de heerlijke dag die zij hadden gehad. Ergens halverwege Kroatië aan de Adriatische zee. De zon was net onder gegaan, en de temperatuur was nog amper gezakt. Er hing een zoete lucht van de prachtige witte bloemen van de grote cactussen links en rechts van de ingang. Aan de bar zat nog een stelletje waarmee ze al een paar keer het glas hadden geheven. Gewoon zo van, lekker ook op vakantie. Na een tijdje ontstond er een gesprek, in wat moeizaam Engels. Zij woonden hier, vertelde ze. En kwamen hier vaak wat drinken. Op een zeker moment werd hun een lokaal drankje aangeboden, gemaakt van pruimen. Een sterk vocht, wat dan ook wel een procent of veertig alcohol bevat. Peter en Patty waren niet vies van een lekkere borrel, en deden dus rustig mee. Susanne en Igor heette ze. Ze raakte verder in gesprek, en vertelde over de plaatselijke gewoonten hier. Voorgesteld werd om een tafeltje te nemen, want dat hangen aan de bar was toch ook niet ideaal.

Ze stonden allen op, en namen plaats aan een tafeltje wat verder de zaak in. Het tafeltje was verlicht met een oude scheepslamp. En aan de want hing een visnet met hier en daar een schelp er in. Hier stonden nog gewoon de asbakken op tafel, want de klant was koning nietwaar?

Na gesprekken heen en weer over politiek, muziek en trouwplannen. Wist Susanne te vertellen dat er ook nog een speciaal lokaal gebrouwen drankje bestond, en zou daar wel even iets van halen.

‘Peter, is dit nog verantwoord? Volgens mij heb je hem al aardig om’

‘Ach welnee, dat valt wel mee hoor, ik heb het goed naar m’n zin. Jij toch ook wel?’

‘Ja best wel, maar die lokale drankjes hakken er aardig in.’

‘Laten we het nog bij eentje houden dan’

‘Best, dan gaan we daarna terug naar het hotel’

Susanne is snel terug met een fles met vreemd opschrift. Ze heeft er een stel bijpassende dikke bolle glazen bij, en daar moet uit gedronken worden. Ze is gul met inschenken, en hoppa. Een flinke slok, en het glas is leeg. Peter En Patty doen hetzelfde. Op een been kun je niet lopen, en een tweede glas moet er achter aan. Patty staat op, en zegt tegen Peter dat het nu wel de hoogste tijd is. Maar voor het zover is, valt zij om, half over Peter heen.

‘Ik geloof dat het nu echt tijd is Patty?’

‘Ik voel me niet zo goed Peter, zou je me even vast kunnen houden’

‘Ja natuurlijk schat’ Peter staat op, maar ook hij wordt wat week in de benen. Nu staan ook Igor en Susanne op, en ondersteunen beide onder de armen.

‘We must take you home’, wist Igor te melden. ‘No, we are fine’ Maar dat was het allang niet meer. Min of meer verdoofd loopt het stel naar buiten, nagekeken door de barman. Schuddend met z’n hoofd. Weer een stel van die dronken lappen denkt hij. Koud buiten, komt plots een busje aanrijden, en het hele stel wordt naar binnen gehesen. De schuifdeur snel weer dicht, en het busje is weg.

‘Waar breng je ons naartoe, wie zijn die mensen. Peter ziet de wereld ronddraaien, en wil de deur nog open maken. Als hij wordt tegen gehouden wil hij Igor te lijf gaan, maar heeft er de kracht niet meer voor. Plotseling Haalt een van de andere personen die al in het busje zaten een etui uit zijn zak, grist er een flesje uit, en zet hier vliegensvlug een injectie naald op. Hij drukt op de spuit, en een straal vloeistof spuit omhoog. De twee andere personen houden hem aan beide armen vast. Peter zijn ogen poppen er bijna uit van woede als hij de naald in zijn arm gedrukt krijgt. Hij voelt zich wegzakken, en ziet nog net dat Patty ook zo’n shot krijgt.

Met een barstende koppijn komt Peter bij, en ziet Igor met nog twee vreemde mannen tegenover hem zitten. Direct wil hij opstaan, maar zakt voor de stoel weer in elkaar. De twee mannen pakken hem op, en zetten hem hardhandig neer. Zij zijn van het type dat je niet graag avonds laat op een donker weggetje wilt tegen komen. Eigenlijk wil je deze helemaal niet tegen komen.  Stelletje klootzakken, begint Peter. Maar Igor pakt een pistool tevoorschijn en drukt deze direct tegen Peter zijn voorhoofd aan. ‘I’ll can kill you right now.’

Peter is nu heel rustig, niet het type om mee te spotten blijkt.

‘Wat wil je van ons, en waar is Patty?’

‘Patty is hier naast, ze maakt het goed. Kom eerst maar even bij’ Igor knipt met zijn vingers, en zegt iets onverstaanbaars tegen de andere. Eentje loopt de kamer uit, en is al snel terug met een flesje drinken, en iets wat lijkt op een broodje. Peter stikt van de dorst, en laat het broodje liggen. Blijkbaar niet naar de zin van Igor. Die pakt het broodje op, en duwt dit in Peter z’n hand. ‘Eet!’ klinkt het.

Peter voldoet dan maar aan zijn wens. Igor speelt ondertussen met het pistool, en wacht geduldig tot Peter het hele broodje op heeft.

‘Zo, en wat nu Igor, ik dacht dat jullie zo aardig waren’

Er komt net geen grijns op Igor zijn gezicht.

‘We zijn ook aardig, als je exact doet wat wij van je vragen’

‘Ik wil eerst Patty zien.’ Peter staat weer op, en Igor slaat hem dwars met pistool. Hij valt naast zijn stoel, en wordt weer terug gezet door de twee gezellige immer zwijgende types. Er loopt wat bloed over zijn gezicht. Dit is niet de juiste aanpak denkt Peter. En besluit om dan maar eerst af te wachten.

Igor knipt weer met zijn vingers, en maakt een gebaar naar de twee ongeschoren types. Deze pakken hem op, en brengen hem naar een witte schuifdeur. Eentje shopt hier tegen, en de deur gaat met een ruk open.

Daar is Patty, ze ziet er vreselijk uit. En is vastgebonden op een soort van keukenstoel. Ze heeft een stuk laken voor haar mond, en kan niets zeggen dan mmmm mmm. Haar witte T shirt is gescheurd, en heeft geen schoenen meer aan. Ze is doorweekt van het zweet, en ook zij heeft blijkbaar te maken gehad met de losse handjes van een van de medewerkers. Zodra Peter iets wil zeggen wordt de deur met een klap weer dicht getrokken. De ruimte stinkt, en is bedompt. De muren zijn wit, althans wat er van over gebleven is. Op de grond ligt beton wat hier en daar gescheurd is. Peter is weer terug op zijn stoel, en Igor duwt zijn pistool terug in een holster die dwars over zijn borst is aangebracht.

‘Dit is het plan’, begint Igor. ‘ik moet wat drugs verhandelen. Maar de tegen partij heeft het niet zo op mijn organisatie. ‘Dat kan ik me voorstellen,’ denk Peter.

‘We zijn te bekend zal ik maar zeggen. Jij gaat morgen deze deal maken. Het is heel simpel, je voert deze opdracht uit. En brengt het geld mee terug. Je slaagt in je opdracht, zo niet dan zullen we de keel van je vriendin doorsnijden. Uiteraard zal ik mij natuurlijk eerst persoonlijk op haar uitleven.’ Igor begint schel te lachen. ‘Eigenlijk zou ik nog hopen dat het mislukt.’ Igor trekt zijn pistool, en likt heel langzaam van beneden naar boven over de loop.

Peter wankelt tussen kwaadheid en haat, maar dit duurt niet lang. Hij moet dit goed uitvoeren, daar is Patty hem veel te lief voor. Hij heeft geen keus, hoe sneller des te beter. Hij besluit vliegensvlug alles mee te spelen, er is geen keus.

‘Oké, Igor vertel maar wat ik moet doen?’

‘Ha, thats my boy. Vannacht om vier uur is de overdracht, het is hier vlak aan de kust. Je zult met een roeiboot naar een klein eiland varen. Daar is de overdracht. Je neemt een koffer met cocaïne mee, en krijgt hier een koffer euro’s voor terug’

‘Ja maar hoe weet ik waar ik moet zijn, en hoe contact ik hun?’

‘Je krijgt een mobiel mee, het nummer staat hier al in. Zodra je aan land gaat bel je dit nummer. Je krijgt een laser lamp mee, die je recht omhoog richt. Zo kunnen ze je vinden. Duidelijk?’

‘Ik denk het wel’

‘Mooi, hiernaast kun je douchen. Er ligt schone kleding klaar.’

‘Peter loopt naar een deur waar de douche zou zijn. Douche is hier wel een heel mooi woord voor. De weinige tegels die nog aan de wand zitten hebben zwarte voegen van de schimmel. Het putje is ook echt een putje. Als je niet oppast snijden de randen zo in je voet. Er staat zowaar een fles badschuim, en er ligt een grijs gore handdoek. Het stinkt naar olie en benzine, misschien verversen ze hier ook wel de olie denkt Peter. Het water is tenminste warm. Toch nog iets goed aan deze douche.

Met z’n haren nog nat stapt Peter de douche uit. Hij heeft geen idee van de tijd, want heel de ruimte is afgesloten. ‘Wanneer gaan we?’ Informeert Peter.

‘over een uur’

‘Kan ik nog even met mijn vriendin praten?’

‘Nee’, is het korte antwoord. Hij krijgt de telefoon en laser lamp uitgereikt. En plots staan daar de slecht geschoren heren ook weer. Blijkbaar is het al tijd, en Peter moet meelopen. Het is pikken donker, en geen mens meer op straat. Peter moet weer in het busje, en hij krijgt direct de kriebels. Hier begon het allemaal. Kom Peter verman je. Je hebt wel meer gekke dingen gedaan. Gewoon die koffer met drugs afgeven, geld innen en terug varen. Makkie, normaal moet je overdag zo’n bootje huren. Nu kost het niets.

Met een schok komt de wagen in beweging, en slingert langs de smalle kustweg. De ramen staan open, want er is geen airco. Peter neemt de omgeving zo goed mogelijk op. Hij heeft hier een dag ervoor nog op een gehuurde motor gereden. Nog steeds is het niet koud, maar dat kan ook aan Peter liggen. Stukken vangrail ontbreken soms meters lang. Je kunt op zo’n moment op het glinsterende water kijken. De maan staat heel laag, en kleurt rood op de achtergrond. Moet dat zo idioot hard denkt, Peter.

Dan ziet hij kleine lichtjes opdoemen. Het is een piep klein haventje aan een smalle richel die grenst aan de rotsachtige kust. Het busje slaat plots linksaf. Een zeer steil weggetje leid naar beneden. Takken van bosjes slaan tegen de zijkant van de auto. Het is een onverharde weg, en steeds als zij remmen slipt het iets weg. Peter denkt, je bent al dood voor je begint!

Eindelijk houdt de slingerweg op, en de haven komt in zicht. Vlak langs het water stopt het busje, en de schuifdeur gaat langzaam open. Er komt direct een geur van vis en teer naar binnen gewaaid. Het drietal stapt uit, en Peter wordt richting de steiger gebracht.

Deze bestaat uit grote rotsblokken, bij elkaar gehouden door beton en cement. Er is nog getracht een recht pad te maken, maar dit is duidelijk niet gelukt. Halverwege de steiger stoppen ze. ‘This is de boot’

‘Nou lekker, en waar moet ik heen?’

‘You see the light over there?’

‘Ja dat zie ik’

‘Go there, and use the phone.’

Erg lang van stof zijn ze niet, maar ze zullen waarschijnlijk ook niet veel meer weten van de Engelse taal. Peter stapt in het bootje, en pakt de koffer aan. De types maken de boot los. ‘Good luck.’

‘Ach wat aardig ze kunnen toch nog wat meer’ Peter vloekt inwendig. ‘Potverdomme, hoe ben ik hier in terecht gekomen.’ Peter klemt de roeispanen vast. Gelukkig is er nog een beetje maan aan de hemel. Hij begint te roeien. Niet echt makkelijk, deze roeispanen zijn niet bedoeld voor kantoorhanden. Ze zitten vol splinters, waarvan er soms eentje ergerlijk in Peters hand steekt.

‘Ik moet dit doen’ blijft hij in zichzelf herhalen. Het is een zeer kalme zee, en er staat bijna geen wind. Al snel bereikt hij het eiland. Erg ver was het niet. Het strand bestaat uit kiezelstenen, en de boot ligt al snel stil. Hij springt de boot uit, en half struikelend loopt hij richting de branding. Met een paar flinke rukken trekt hij de boot wat verder op het strand. Zo, dat moet genoeg zijn. Er liggen verschillende grote rotsen op het strand. ‘Dan moet ik nu maar eens contact maken.’ De kiezels op het strand knarsen onder zijn voeten. Peter pakt de telefoon, en zoekt in het menu naar het enige nummer dat er in zou staan. Turend op het kleine schermpje stapt hij door het menu heen.

Dan springen er drie gedaanten achter een van de rotsen vandaan. Peter kijkt op, en schrikt zich wezenloos. Gooit de telefoon richting een van de gedaanten z’n hoofd. Pakt ook nog de laserlamp en probeert hiermee het stel te verblinden. Als dit niet lukt, gaat ook deze door de lucht. Hij rent richting de roeiboot, en pakt een roeispaan. Slingert deze direct naar achter, en weet een van de achtervolgers recht in het gezicht te raken. Al bloedend valt deze neer, en Peter voelt de adrenaline door zijn hersenpan stromen. Maar nu is het nog steeds twee tegen een. In een allerlaatste poging af te komen van deze twee, duikt hij naar de grond, en pakt twee stenen. Met eentje weet hij nog doel te treffen. Maar dan is alles zwart voor zijn ogen. Hij is neergeslagen, en wordt achtergelaten op het strand. De koffer met drugs pakken ze mee, en ook het geld.

Na een half uur komt hij weer bij positieven. Even weet hij niet waar hij is. Maar dan komt alles weer snel boven. ‘Shit, het is mislukt!’ Hij strompelt overeind, en voelt aan zijn hoofd. Een flinke bult, dat valt wel mee. Snel loopt hij naar de boot. ‘Ja natuurlijk alles weg,’ hij beseft wat dit inhoudt. En zijn huid lijkt in brand te staan. Ik moet zo snel mogelijk terug. Hij kijkt op zijn horloge, ‘gelukkig maar een half uur weg geweest.’ Hij loopt snel het strand weer op, en daar is de andere roeispaan. Als een bezetene duwt hij de boot in het water, en roeit zo hard hij kan terug naar de kust.

‘Ik moet wat bedenken, ik moet Patty vrij krijgen’ Er schiet van alles door zijn hoofd, maar kan nog geen slimme zet bedenken. ‘Ik sla ze met de roeispaan, ik sla ze neer met een steen, shit shit. Ik weet het niet. Denk denk, Peter, je hebt vannacht maar een kans.

Beste lezers, wat voor eind wilt u hebben? Juist, daarom heb ik er drie bedacht. De eerste is een gewelddadig eind. Tweede is een stom eind. En het derde is een slim eind. Je kunt ze apart lezen, of natuurlijk allemaal. Veel lees plezier.

Gewelddadig.

Gestaag roeiend gaat Peter door. Er steekt wat wind op, maar dit is gelukkig in zijn voordeel. Het lijkt Peter het best niet naar de haven te roeien. En kijkt achterom. ‘De kustlijn kronkelt, en het best is na zo’n inham aan te leggen,’ denkt hij. Goed dat de wind is opgestoken, nu hoor je de branding. En maskert het geluid van het roeien. Peter laat zijn boot heel zachtjes tegen de rotsen komen. En stapt het water in. Een van de roeispanen neemt hij mee. Die komt misschien nog van pas zo. Hij beseft dat dit geen zachte aanpak kent. Hij moet het busje hebben, en de twee wachtende hulpjes voorlopig buiten werking stellen. Peter komt nu van de andere kant naar de steiger toe. En ziet dat beide voor het busje staan en over het water heen kijken. ‘Dan moet ik ze beide in een keer raken.’ Peter sluipt met zijn roeispaan achter het busje langs, het is net nog donker genoeg. En beide heren trekken ontspannen aan een sigaret. Mooi denkt Peter.

Hoe doe ik dat, net als hij daarover nadenkt, dreigen ze weg te lopen naar de steiger. Peter bedenkt zich niet, er rent plots om het busje heen. Haalt vol uit, en de hulpjes vallen voor het busje neer. Ze willen snel overeind komen, maar Peter is hun voor. Met alle kracht die hij heeft maakt hij zijn werk af. Hij slaat net zo lang totdat ze niet meer bewegen. Even staat hij doodstil te kijken. ‘Wat heb ik gedaan?’ In het half donker is wel te zien dat ze er niet best aan toe zijn. ‘Eigen schuld’ denkt Peter. Hij gooit de roeispaan weg, en loopt naar de bestuurders plaats. Hij stapt in, verrek de sleutels. Ze zitten er niet in. Terug het busje uit.

‘Dan moeten ze nog ergens in hun zakken zitten.’ Hij graait in de zakken, terwijl ze er slap bij liggen. Zowaar gevonden. Nu hier snel weg, het begint al licht te worden. Peter rijd het pad omhoog, en probeert zich voor de geest te halen waar het was. Naarmate hij dichterbij komt, ziet hij bekende punten. Z’n hart klopt in zijn keel, nog twee man te gaan. Hij is drijfnat van het zee water en zweet. Dan ziet hij de afslag, ja daar kwamen ze vandaan. Niet veel verder staat de vuil witte garage. Wat nu? Hij rijdt de wagen vijf meter voor de deur, en geeft drie korte stoten op de claxon. In de hoop dat Igor naar buiten zal komen.

De deur gaat langzaam open, en Igor denkt dat zijn maten terug zijn, en kijkt in het volle licht van de koplampen. Hij zwaait nog, en Peter geeft plankgas. Met een doffe klap beland Igor aan de voorkant van het busje. Deze schiet verder door, en Igor wordt geplet tussen de muur en het busje. Peter kijkt recht in zijn gezicht door de autoruit. Igor z’n ogen lijken wel twee knikkers. En zojuist gutst er een golfje bloed over het raam. Geen fraai gezicht. Nu loopt ook de bewaking van Patty richting de voordeur. Peter is intussen uitgestapt en rent naar de voordeur. Net als deze naar buiten wil komen, geeft Peter een harde zet met zijn volle lichaam tegen de deur. Deze valt weer terug de gang in, en zijn pistool schuift over de grond. Peter schopt het pistool weg, en springt boven op de bewaker. Als een dolle begint hij met zijn vuisten te slaan. Deze slaat hij op de harde schedel kapot. Het bloed van beide mannen mengen zich met elkaar. En de grond kleurt langzaam rood. Ineens hoort hij, ‘stop stop, straks sla je hem nog dood.’ Het is Patty, die ondertussen de lap voor haar mond weggeschoven heeft, en nog op de stoel zat. Al struikelend staat Peter op. Het is hem gelukt. Patty begint te huilen als Peter haar vast pakt.

‘Wat is er allemaal gebeurt Peter?’

‘Dat is een lang verhaal Patty, kom ik maak je los. We moeten de politie waarschuwen.’

Samen lopen ze naar beneden richting het centrum. Zou de politie hun verhaal geloven? Is de vakantie voorbij?

Hun stemmen verstomden in de vroege morgen. De zon kwam op, en de eerste stralen speelden door de palmbomen achter hun. In de verte waren de ontwakende stad geluiden te horen.

Stom.

Gestaag roeiend gaat Peter door. Hij bedenkt continu plannen hoe hij Patty kan bevrijden. Er is een stevige wind opgestoken, en Peter moet uit alle macht roeien om er tegen in te komen. Doordat hij natuurlijk met zijn rug naar de kust gericht is. Wijkt hij af door de stroming en harde wind. Er beginnen steeds meer golven over de rand van de boot te slaan. En in korte tijd staan zijn voeten in het zoute water. Er is niets in de boot aanwezig om te hozen. Als de boot na een tijdje bijna helemaal vol staat, is het tijd deze te verlaten. Peter laat zich in het nu toch wel koude water zakken. Er zit niet anders op dan zwemmend de kust te bereiken. Het lijkt een eeuwigheid te duren, en Peter ziet helemaal de lichtjes van de haven niet meer. Na een zwemtocht van een uur bereikt hij eindelijk de kant. ‘Maar hier is helemaal geen haven’, denkt Peter hard op. De zon komt al op en Peter begrijpt dat alles in het honderd loopt. ‘Ze zullen haar toch niet direct ombrengen? Dat is toch gewoon geweest om mij te dwingen. Maar nu kom ik helemaal niet opdagen. Ik weet nog niet eens waar ik ben.

Intussen loopt Igor ongeduldig op en neer. ‘Ze hadden er al lang moeten zijn schreeuwt hij tegen David.’ Patty heeft het niet meer, straks doen ze haar wat aan. Ze moet zo verschrikkelijk plassen, en kan het niet vertellen. Ze besluit het langer op te houden, en laat alles lopen. ‘Zo, dat was dan toch nog een opluchting.’, denkt Patty.

Peter loopt verder omhoog de rotsachtige kust op. De moed zakt hem in de schoenen. Hij loopt door een stuk dor gras heen met hier en daar een bosje. Ondanks dat de zon nog laag staat, kan hij de warmte al weer voelen. ‘Dit is weer een prachtige dag, maar wat heb ik er aan? Patty zit daar maar en wacht op mij. Nou lekker, en grotere stommeling had ze op dit moment niet kunnen treffen.’ Terwijl Peter loopt te foeteren, komt hij langzaam dichter bij een huis. Hij versneld zijn loop, en ziet zowaar iemand in de tuin staan. ‘Hallo, hallo. Dobre jutro, weet Peter uit te spreken. Het betekend “goede morgen in het Kroatisch” Gelukkig spreekt de persoon ook Engels. ‘Wilt u mij alstublieft helpen, ik heb grote problemen.’

Peter verteld zijn verhaal, en komen beide tot de conclusie dat de politie wel de beste oplossing is. Gelukkig kan deze Kroaat de politie goed inlichten. De politie beveelt hen te blijven waar ze zijn, zij zullen de klus wel klaren.

Patty, zit nu drijfnat van het zweet en haar eigen plas. Het is het meest onterende wat een vrouw kan overkomen. David komt de ruimte binnen na het gesprek met Igor. ‘Gadverdamme, wat stinkt het hier. Heel de vloer ligt onder de urine.’ Al vloekend en tierend gaat David op zoek naar iets van een dweil en emmer. Patty moet er toch een beetje om lachen in zich zelf. Maar dit is meer van de spanning. David komt terug de kamer met een emmer met bijbehorende mop. Schuift moeizaam de stoel met Patty er op aan de kant. Hij is niet zo groot, dus het kost wel wat moeite. Hij pakt de emmer, en doopt de mop er in. Begint driftig heen en weer te schuiven. Een flinke haal naar achter, en stoot daarmee de olie lamp van tafel. Deze valt op de grond, en breekt in stukken. De vrijgekomen olie vat direct vlam, en in korte tijd brand het hele vertrek.

Igor komt af op het kabaal aan de andere kant van de deur. Hij trekt de schuifdeur open, en schrikt zich wild. Ze bedenken zich niet, en pakken beide Patty op met stoel en al. Igor blijft met zijn horloge achter het T shirt van Patty hangen. Dit scheurt van boven tot haar buik open, en haar borsten floepen er zo uit. Omdat beide heren zo klein uitgevallen zijn hebben ze moeite de stoel te dragen. Door de heftige rit dansen haar borsten op en neer. Het zou zo een stukje kunnen zijn uit een komische film. Ze zetten haar even neer voor de voordeur. Snel deze opengemaakt, en pakken beide de stoel weer op. In twee stappen staan ze buiten waar inmiddels ook de politie aan komt rijden. Deze krijgen een vreemde blik op de situatie. De rookwolken trekken op. En daar staan Igor en David als twee zwarte pieten met tussen hen in de stoel met Patty, en twee ontblote borsten.

Ja, leg dat maar eens uit!

Het slimme eind.

Dat ben ik kwijt….. Heftig aan het zoeken op internet cache. Ik had het echt alleen maar geschreven voor Ezzulia, dus alles gewist. Toch iets teveel. Wie het nog tegenkomt voordat ik het tegen kom. Heel graag.

About The Author

Martin van Gijn

Other posts by

Author his web sitehttp://martinvangijn.nl

28

04 2015

Your Comment