Ik kon het ook niet helpen

Ik kon het ook niet helpen

Dat ik dit gesprek moest aanhoren. Zit je daar heerlijk in de zon, en zit er een man en vrouw naast je die elkaar voor het eerst schijnen te ontmoeten. Niets mis mee uiteraard, en mijn oren mankeren nog niets, tsja..
‘Had je gedacht dat ik er zo uit zou zien?’
‘M, ja een beetje wel.’
Een blind date? Zal toch niet? Hallo, stikt van de sociale media. Foto’s overal, Google, alles heb je.
‘Ja, op de foto ben ik nog wat minder grijs. De foto is alweer van een paar jaar geleden.’ Waarom neem je die dan? En begin niet hoe je er zelf uitziet, want ze zit voor je! Misschien een blind date, maar ze is niet blind. En dan hoor ik iets onvoorstelbaars. Iets wat je nooit mag en kan doen. Hij zei het echt. Man wat stom, stom, stom.
‘Ik zie dat jij ook een beetje grijs bent, verf je het?’ Allemachtig, twee fouten, nee twee hele grote fouten achter elkaar. Ten eerste ga je niet over het haar beginnen. Je kunt net zo goed je handen in een wespennest steken. Wat je erna doet maakt niet meer uit. Gestoken word je. De vraag is alleen hoeveel keer. En dan de volgende. ‘Verf je het?’ Allemachtig, hoe haal je het in je hoofd? Nooit over het haar beginnen! Echt nooit. Het enige wat je kan zeggen over het haar van een vrouw is: “Goh, wat zit je haar leuk!” Meer niet! Maar dan ook echt helemaal niets meer. Daarna direct over iets anders beginnen. Direct de aandacht van het haar af leiden, anders zal het niet de avond worden die je had voorgesteld. Maar nee, het ging nog door. ‘Want jaa, ik heb een kennis en die verft het haar helemaal grijs. Dat vindt ze leuk.” Wie interesseert het? En weer dat grijs naar voren halen. Beide waren een jaar of achter in de vijftig schat ik. Hij een beetje opgeblazen, krulletjes. En zij vol slank, blond met tikkeltje grijs.
‘Zullen we wat drinken?’
‘Doe mij maar een Cola Light.’ Tsja, dan weet je het eigenlijk al. Mager, dun, light, niet roken, enz. Oh ja, het volgende tafereel.
‘Rook je? Ik geloof het niet hè. Ik rook af en toe wel eens een sigaartje, stout hè.’ Stout hè?? Stout zijn kinderen die belletje trekken. Stout zijn kinderen die hun zusje slaan. Maar allemachtig dit ga je toch niet zeggen. Vastgebonden met je handen op je rug, en zij met een zweep in haar hand. En laarzen tot over haar knieën vastgebonden met leren veters. Ja, dan wil je stout zijn. Ontzettend stout! Ik zie haar een blik op het horloge werpen. Ja dat dacht ik wel. Hoelang gaat deze kwelling nog duren? Hij besteld een glas water. Water? Sjho, meneer zal eens even een deur intrappen. In de zon, op het terras, op het strand. En dan ga eens even lekker aan het water zitten.
‘Heb je al kleinkinderen?’ Bedoel, het kan aan mij liggen? Kleinkinderen, natuurlijk zijn die leuk. Ik heb er ook zes. Een stuk beter was geweest…. ‘Zitten je kinderen in de pubertijd, of al wat groter?’ Dan geef je aan dat je haar jonger inschat, en dan heb je nog een ruime marge. Kleinkinderen begin je pas volgende week naar te vragen dombo.
‘Al aan vakantie gedacht?’
‘Ja, toevallig gisteravond.’
‘Hou je van vakantie?’ Ze heeft er gisteravond aan gedacht, anders zou ze er toch aan denken wel? Ik denk alleen maar aan vakantie, en tijdens de vakantie denk ik aan de volgende vakantie. Er zal toch lol in het leven zijn.
‘We zijn vorig jaar naar las palmas geweest, best leuk.’ Hallo, zij is interessant. Haar moet je vragen wat ze heeft gedaan, waar ze van houdt. Of ze alleen maar Cola light en Spa drinkt. Waarom ze steeds op haar horloge kijkt, en er steeds meer naar kijkt. Waar je haar eens ontzettend mee zou kunnen verassen. Dat je een onbeheersbaar gevoel krijgt, en of ze haar schoentje wil uitdoen. Omdat je daar champagne uit wil drinken. Dat vervolgens links en rechts langs je mond loopt. Oh, sorry. Ik drijf over. Het ging het niet worden. ‘Zullen we maar afrekenen?’ Ik zou het maar doen, want anders gaat het nog geld kosten ook.

About The Author

Martin van Gijn

Other posts by

Author his web sitehttp://martinvangijn.nl

29

04 2014

Your Comment