Ontsnapping uit het Kamp Vught

Ontsnapping uit het Kamp Vught

Dit is een waar gebeurd verhaal van mijn oom uit 1942. Het verhaal is door mij bewerkt, maar berust op waarheid.
Frans werkte bij Wilton in Schiedam, een scheepsreparatie bedrijf. Niet dat Frans specifiek in de scheepsbouw zat. Maar Frans was handig, en er moet toch geld worden verdiend. In die tijd werden de schepen nog met klinknagels bewerkt. Tot er een brief binnen kwam waarin stond dat Frans zich moest melden voor de keuring om in Duitsland te gaan werken. Daar had hij zeker geen zin in. Hij was iemand van vrijheid en vaderland liefde. En zou dit zeker niet gaan doen. Hij vluchtte naar Frankrijk, waarom? Hij wist het zelf niet. Als het maar niet naar Duitsland was. Hij zou deze niet helpen aan deze oorlog machine. Maar ook daar waren de Duitsers. En moest toch voor de Duitsers aan het werk. Hij besloot dan maar om daar de boel zoveel mogelijk te verstieren. Wat bruikbaar was gaf hij aan de lokale boeren. De rest werd vernield. Tot het te heet onder Frans z’n voeten werd. En moest vertrekken. Zonder verlofpas of papieren wist hij Nederland weer te bereiken. Frans was ongeveer drie maanden thuis toen hij in mei van zijn bed werd gehaald. Door drie Hollandse landwachters. Dit waren vaak de fanatiekste, nog erger dan Duitsers. Die waren vaak gestuurd, en moesten wel meedoen. Maar deze vuile verraders waren uit zichzelf overgelopen. Ze brachten hem naar het politie bureau in Vlaardingen. Frans kreeg daar bijna geen eten, en op de grond konden ze slapen. Na vijf dagen werden ze naar Rotterdam vervoerd. En kwam daar in het Haagse veer terecht met veertig andere. Hier kreeg hij al een voorproefje wat komen zou. Elke dag werden ze afgeranseld, en geslagen. Hij was in het hol van de leeuw beland. De SS troepen! De tweede nacht hadden enkele lotgenoten een paar tralies van het raam weggehaald. Dit raam kwam op de straat uit. En zo zijn er dertien ontsnapt. Frans durfde dit toen niet aan. Bang dat er misschien familie opgepakt zou worden inplaats van hem. Na zes weken werden ze naar Vught getransporteerd met driehonderd anderen. Dezelfde dag kwamen ze aan. Uitgeput van de reis zonder eten en drinken moesten ze ook nog uren in de rij staan voor de inschrijving. Sommige vielen spontaan uit de rij. Ze werden gewoon opzij gelegd, en kregen een emmer koud water over zich heen. Nadat de kampkleding werd uitgedeeld maakten ze kennis met het bewind van Kamp Vught. Ze moesten kniebuigingen maken, rollen en springen als een kikker totdat ze compleet uitgeput waren. Daarna konden ze zonder eten naar bed. Als je het een bed kon noemen. Een grote zaal met een paar planken tegen elkaar geslagen. De matras bestond uit een zak met stro gevuld. Het stonk muf, en naar paddenstoelen. Veel geuren zijn voorgoed verpest. De volgende twee weken was een herhaling van de aankomst. Afbeulen, commando’s en slaag. Daarna waren ze rijp voor het werk. Dit bestond meestal uit stenen dragen, rooien van bomen en deze wegdragen. Tijdens dit alles werden ze nog steeds geslagen. Er waren ook bloedhonden, als je niet snel genoeg was lieten ze deze los. Heel wat lotgenoten kregen hier infecties door. En dat maakte het werken nog moeilijker. De Hollandse SS konden er ook wat van. Vanwaar al die agressie? Alleen maar omdat ze voor hun land op kwamen. Later werden ze naar Breda getransporteerd. En daar was het nog minder. Geen of heel weinig voedsel. Van thuis werden er voedsel pakketten opgestuurd. Maar die bleven in Vught achter, ze wisten niet dat Frans naar Breda was gebracht. En dit was voor iedereen het geval. Iedereen had honger, wekenlang ging dit door. Het werk was hetzelfde als in Vught. Met honderd man waren ze. Het volgende adres was de “Saksen Weimar kazerne”. Ze werden in een garage ondergebracht. Tot er dertig man uit Vught aankwam. Ze moesten toen naar een barak. Frans leerde daar Kleisen en van Haaften kennen. Daar zou hij later mee vluchten. Een broer van hen zat in een verzetsbeweging van Aalten. Dit wisten de bewakers natuurlijk niet. Het plan om te vluchten werd keer op keer doorgesproken. Zachtjes, anders zouden de bewakers het kunnen horen. Er waren immers ook Hollanders bij. Ze waren al een tijd in het bezit van een sleutel van barak zes. Deze was gewoon een keer vergeten. De vertrekken twee, drie en vier waren met prikkeldraad omgeven. En ongeschikt om daaruit te vluchten. Om negen uur werden ze geteld. Dat gebeurde als iedereen op bed lag. In elke uitgang stond een bewaker, en ook voor de toiletten stond een bewaker. Voor alles moest toestemming worden verleend. Ze moesten barak zes zien te bereiken. Dit was de meest gunstige barak om te kunnen ontsnappen. Maar hoe ze ook probeerde, altijd was er de bewaking. Maar toen gebeurde er iets moois. Twee bewakers hadden een pakket van thuis gekregen. Deze was gevuld met lekkers, maar vooral snaps. Hierdoor waren ze niet zo helder meer. En het lukte ze om in barak zes te komen. Het moest allemaal ruim voor negen uur. Het was nog te licht om te kunnen ontsnappen. Dus ze gebruikte de tijd om alvast de deur te forceren naar buiten toe. Om dit te kunnen waren er wat stalen strippen van scharnieren gehaald. Zo konden ze zichzelf uitsluiten van de andere vertrekken. Nu was het zaak om het raampje te verwijderen, en wachten op het juiste moment. Er liepen steeds soldaten heen en weer. Maar soms stopten ze om een praatje te maken, en wat te roken. Op zo’n moment moest het gebeuren. Er stonden wat bosjes rond de barakken. En hier zouden ze induiken. En zo gebeurde het. Bosje in, en bosje uit. Op weg naar de vrijheid. Maar stom toeval stond daar één van de bewakers met zijn vriendin tegen een boom aan. Ze konden niet anders dan hard weglopen. De bewaker schoot zijn pistool leeg. Maar niet eentje raakte doel. Nu was er ook niet veel meer om op te schieten. Broodmager waren ze. Van Haaften kende de weg heel goed daar. En gingen naar het afgesproken adres. Soms moesten ze wegduiken voor soldaten, of burgers. Uiteindelijk lukt het ze zonder opgemerkt te worden het adres te bereiken. Aangekomen bij de bebouwde kom van Arnhem wachten ze tot het volkomen donker is. Dan konden ze eindelijk naar binnen. Ze waren vrij! De volgende dag zorgde de dochter voor een koffer met kleding. Zo konden eindelijk de gestreepte pakken uit. Tegen het donker kwamen er enkele leden van de verzetsbeweging aan. Die begeleide hen naar Aalten. Op de fiets verder, en kwamen bij een boer genaamd “Wiggers”. Deze ontving ze als zijn eigen zoons. De goede man is later gefusilleerd, samen met de broer van Frans lotgenoot. Totaal zo’n drieëntwintig man. Frans werd bij een andere boer ondergebracht. Daar heeft hij nog geholpen de boerderij op te bouwen. Deze was in de oorlog zwaar beschadigd door brand. Frans kreeg al spoedig een persoonsbewijs van ome Jan. Op de naam van J van IJperen. Dit heeft hij zijn leven lang bewaard. Er werden veel razzia’s gehouden. Maar ondanks alles had hij het goed naar zijn zin. Na een half jaar keerde Frans naar huis, het was november. En heeft daar de vrede afgewacht.
Mijn ome Frans leeft niet meer, maar dit was zijn verhaal.
Heel veel leed, laat het niet meer gebeuren.

[wp_ad_camp_1]

About The Author

Martin van Gijn

Other posts by

Author his web sitehttp://martinvangijn.nl

08

05 2012

2 Comments Add Yours ↓

The upper is the most recent comment

  1. mpvangijn1@chello.nl #
    1

    In één woord ,Prachtig geschreven!

  2. mpvangijn1@chello.nl #
    2

    Hij was ook nog kaal geschoren.



Your Comment