Ode aan de zon

Ode aan de zon

Al vier miljard jaar sta jij daar te schijnen. Hij zei licht, en daar was licht. Lang daarvoor was er blijkbaar genoeg waterstofgas bij elkaar gekomen. Dichter en dichter door de zwaartekracht bijeen. Temperaturen lopen op, en komen tot een kritisch punt. Volkomen spontaan start de kernfusie. Vanaf dit moment is er geen weg meer terug. Een ster is geboren. Met heftige uitbarstingen komt een reus tot leven. Al golvend banen de miljoenen graden heet plasma zich een weg naar buiten. Om langzaam af te koelen tot wat mildere temperaturen. Nou ja, mild. Nog steeds een dikke zesduizend graden. De rotsachtige planeten worden verwarmd door zijn stralen. En ondergaan in snel tempo veranderingen. Voor ieder wat wils. Maar voor Venus wat het iets te veel van het goede. Op Venus kun je geen water drinken. Alles wat er eventueel was is verdampt. Lood kun je daar wel drinken. Want dit is vloeibaar, maar ligt wat zwaar op de maag. Mercurius staat het dichts bij de zon. En is zo kaal als de maan. In één seconde leggen we daar het loodje, om maar even bij het lood te blijven. Op Mars is het dan in vergelijking een stuk beter. Lang overeind staan doe je er ook niet. Maar de temperaturen zijn wat milder. Je hebt wel in vijftien minuten ijsblokjes. Maar tijd om er wat drinken bij in te schenken heb je toch niet. Maar een stapje terug is de aarde. Tussen Venus en Mars in. Toeval of niet, dit is de beste plek in ons zonnestelsel. Een beetje zon niet te veel. Het water is vloeibaar, en daardoor drinkbaar. Het begon met beestjes in de zee. Maar daar bevolk je geen land mee. Dus werden zij ook het land leven. Sommige kropen op het land, en de anderen verkozen toch maar de zee. Vele miljoenen jaren gingen weer voorbij, en laag na laag van deze beestjes en planten drapeerden zich op de bodem van het land. Een beetje warmte, een beetje druk. En waren al snel niet meer herkenbaar als geheel. Het werd zelfs vloeibaar, en stonk als de h…l. Gerommel van boven, en daar was een pijp. Met gulzige slokken kwam het omhoog. Olie in zijn pure vorm, en gas zo gewoon. Daar was de mens met de honger naar energie. Machtige fabrieken en machines verschenen hier. De opslag van miljoenen jaren ten spijt. De nieuwe tijd is een feit. We vinden het heel gewoon, het staal de auto’s de fietsen. Met dit alles snellen we heen en weer. Geen tijd te verliezen. Geen tijd over voor dit geheel. Iets wat miljoenen jaren lag te wachten, weten wij veel. Niets is oneindig, aan alles komt een eind. Maar dan is daar onze zon, kan het dan toch niet op? We plannen onze vakantie naar de zon. En weten waarom. Veertien dagen zon zijn zo weer om. Vitaminen verzamelen van de zon, vitaminen “D” alom. We kunnen er weer tegen, een winter lang. Achteloos weer wat hout in de haard, of de centrale verwarming omhoog. En zonder het te weten gebruiken we een stukje energie van de zon. Bomen zijn gegroeid, en planten omgetoverd tot gas. Ja, we zijn blij met onze zon. Laat die andere planeten maar zitten. We kunnen er altijd van dromen, als we liggen te pitten.

Website Pin Facebook Twitter Myspace Friendfeed Technorati del.icio.us Digg Google StumbleUpon Premium Responsive

About The Author

Martin van Gijn

Other posts by

Author his web sitehttp://martinvangijn.nl

03

04 2012

1 Comments Add Yours ↓

The upper is the most recent comment

  1. Anoniem #
    1

    Heel leuk geschreven weer. Ik kijk nog elke avond naar de maan, als hij niet verscholen is en vind het nog steeds een wonder. In de zon kijken wordt een beetje moeilijker. Maar hij schijnt vandaag toch ook weer in de kamer. Technische gedeelten weet ik minder van. En de sterren hebben ook altijd mijn aandacht. Ach, wat eigenlijk niet aan de hemel.



Your Comment