Zomerbanden

Zomerbanden

Zo lekker warm bij de open haard gezeten denk ik aan mijn zomer banden. Ze zijn in het “hotel”. Volgens mij een duur woord voor opslagcontainer. Daar liggen ze, alle vier. Midden tussen alle andere banden. Rillend van de kou, want daar is geen kachel. Naast mijn banden liggen de banden van een Spider.
‘Is het  niet een beetje te koud voor je?’
‘Nou, in Italië kan het ook koud zijn hoor, in de bergen valt daar ook sneeuw. Maar in de zomer ben ik op zijn best natuurlijk. Ik zal je eens vertellen, wat ik nog laat in de zomer meemaakte. Je moet weten dat mijn baas best wel een knappe Italiaan is. En hij reed door een vrij afgelegen gebied door de bergen. Stond daar opeens een Fiat Panda langs de kant. Ernaast stond een prachtige Italiaanse met lang zwart haar, en een klein pest hondje.’
‘Waarom noem je dit nu een pest hondje?’
‘Stil, dat komt nog. Natuurlijk stopte m’n baas, zo galant als hij is. Ze had pech, en een snelle blik onder de motor kap zei genoeg. Olie liep er aan alle kanten uit. Einde bericht, zei hij. Natuurlijk vroeg hij haar mee, en stapte in met hondje. Zo’n klein p….’
‘Ja ik weet het nu wel.’
‘Ze reden verder en raakten in gesprek. Hadden beide in het zelfde dorp gewoond. Het was een prachtige dag, met een temperatuur van achtentwintig graden. Overal langs de kant was het gras geel. Het had al zeker een maand niet geregend. Ondertussen laat in de middag kregen beide wel trek. Weet je wat zei Angela, ik heb nog een mand met eten en drinken bij me. Dit doe ik altijd als ik ver moet rijden. Als je wilt kunnen we wat eten. Dat is goed zei Pedro. Even later was er een mooi open stuk, omgeven door bomen. Ze stapten uit, met mand en dat kleine pe…. ‘
‘Ja, ja ga door.’
‘Ze had een heerlijk fles wijn, en broodjes met verse ham. Toen ze het een en ander op hadden, besloten ze nog wat te rusten. Zo in het gras gelegen, keken ze in elkaars ogen. En kwamen steeds een beetje verder bij elkaar. Het leek wel of ze vlak over de grond schoven zonder te bewegen. Maar dat kan ik ook verbeelden. Hij streek met zijn handen door haar zwarte haren. De zon maakte alles nog intenser. Zijn mond kwam steeds dichter bij haar. En ze liet dit ook toe.’
‘En toen, en toen?’
‘Toennn, zeek die hond midden in mijn gezicht. Ik heb alles gemist! Nadat ik weer droog was reden we weer weg. Pest hondje!’
‘Ha ha ha, wat een goeie.’
‘Nou, vind je. Heb jij nog wat te vertellen?’
‘Zie je die zwarte pukkel op m’n kop?’
‘Hoe kwam dat?’
‘Zal ik je vertellen. Onderweg, met een hoog zwangere echtgenoot. De weeën waren begonnen. En we raceten naar het ziekenhuis. Tot we door een roestige spijker reden. Mooi een gat in m’n kop. We konden gewoon niet verder rijden. En het kindje kwam eraan. Al liggend achterin de auto werd het baby’tje geboren. Ik krijg er nog vochtige profielen van.’
‘Ah, ik vond het al vreemd. Beetje koud om te zweten. Prachtig verhaal ook. Zou een vervolg van het mijne kunnen zijn.’
‘Zeg dat wel, ha het is een mooie wereld.’
‘Wacht maar tot het weer voorjaar wordt, voorlopig doe ik nog een oogje dicht.’
‘Ja, succes met je bult.’

[wp_ad_camp_1]

About The Author

Martin van Gijn

Other posts by

Author his web sitehttp://martinvangijn.nl

10

02 2012

Your Comment