Dus u bent schrijver?

Dus u bent schrijver?

‘Ik schrijf boeken, ja.’
‘Aha, ik hoor dat u hier het woordje “ja” zomaar te pas en te onpas gebruikt! Dit zou ik niet zo doen gebruiken. Beter is een totale afweging te maken bij een eventueel gebruik hiervan.’
‘Maar iedereen begrijpt dan toch dat ik boeken schrijf, nietwaar.’
‘Aha, hier zie ik uzelf weer tegen spreken. Het woord “nietwaar”, heeft u hier wel eens over nagedacht? U schrijft hier over “waar” en “niet”. Dit zijn twee verschillende woorden die niet op deze manier de Nederlandse taal waardig zijn, en niet zo plachten te worden gebruikt. Men heeft geen idee of het nu wel of niet waar is.’
‘Goedemorgen, bent u geraakt door een molenwiek of zo?’
‘Kijk, daar begint het alweer. Het is intussen middag, en u zet hier het woordje “goedemorgen” neer. En het spreekwoord zegt, “een klap van de molen krijgen”.’
‘Kan een molen dan ook klappen dan? Als je er springstof in plaatst ja. Een wiek kan klappen, een molen niet. Dus ik zie niet in wat er mis aan is!’
‘Ik zie hier toch weer het verkeerde gebruik van het woordje “ja”. En ik zou het prettig vinden als u zich gewoon aan het reglement van de spreekwoorden zou houden.
‘Oké, oké, de zon schijnt vandaag heerlijk. En ik ben niet van plan dit veranderen.’
‘Toch weer gebruik van hetzelfde woord twee maal achter elkaar. En dan ook nog een woord dat zeer algemeen is in de burger mond. En hoe kan de zon vandaag “heerlijk schijnen”? De zon kun je niet proeven, je zou je tong verbranden. En de zon veranderen zou helemaal niet kunnen. Er zit geen knopje aan en uit op. Beter zou zijn, “Het is vandaag een mooie dag, en de zon schijnt zo intens dat hij mijn huid prikkelt op een aangename manier.”
‘Zal ik u eens op deze zonovergoten dag op uw potje timmeren? En u terug stampen onder de steen waar u placht vandaan te komen. Met zonovergoten bedoel ik een bloedhete dag, waarbij het zweet in je bilnaad loopt. En de mussen dood van het dak vallen. Dat het bier nader is als het hemd. Dat seks uitgesloten is voor de komende week. Met “potje” bedoel ik uw hoofd met raars aan de zijkant, dat mij doet denken aan kroepoek. Met “de steen” wil ik zeggen het bekrompen gat waar u vandaan komt. En het totaal overtrokken taal gebruik die geen enkele Nederlander waardig is. Ik zal u nog even helpen instappen in uw hoestbui op wielen. Dan stap ik nog even in een echte wagen die ik heb verdient met boeken schrijven die iedereen kan lezen. En niet een handje vol mensen die denken heel bijzonder te zijn.’
‘Nu moet ik toch nog even wijzen op……….grmfpld de krtsplfff’
‘die auto in, en snelllll’

[wp_ad_camp_1]

About The Author

Martin van Gijn

Other posts by

Author his web sitehttp://martinvangijn.nl

13

02 2012

1 Comments Add Yours ↓

The upper is the most recent comment

  1. h.van IJperen #
    1

    Dit waren ook weer mooie verhalen wwaar je stil van word en om kan lachen.



Your Comment