Komt een vrouw bij de winkel

Coby had altijd haar vaste gewoontes, gewoon lekker. Dan weet je waar je aan toe bent. Het was die dinsdag dan ook weer tijd voor de wekelijkse boodschappen, en zij stapte op haar fiets met zijtassen. Geheel in gedachten met het lijstje in haar hand liep zij door de winkel, volgens vast patroon. Dit was nu eenmaal het meest efficiënte. Dus ook die dag weer. Het was nogal warm buiten, dus in de koele winkel had zij toch geen haast. Ze bedankte de kassa bediende vriendelijk, en reed met het wagentje naar de fiets toe. Het was een lome dag, en geheel automatisch gingen de boodschappen in de tas.

Eerst de harde dingen en flessen, dan de groente en fruit. Rustig liep Coby terug om het winkel wagentje terug te zetten, en het muntje weer te innen. Misschien zouden ze straks naar het strand gaan, het was zulk mooi weer. En het strand valkbij. Daar dacht ze aan op weg naar huis. Thuis aangekomen stond manlief al in de tuin, en hield de deur open voor haar. Snel werd nog lopend de laatste informatie overgedragen. Zo van, druk zeg! En wat warm, misschien moeten we straks maar naar het strand. Die fiets stond voor de keuken en alles moest natuurlijk naar binnen. Maar daar stond ze voor de fiets te kijken, al een minuut lang. Zachtjes voor haar uitsprekend, hoe kan dat nou, hoe kan dat nou? Ton kwam aangelopen, en ging naast haar staan. Dat heb je snel gedaan.
‘Wat?’ Zei Coby, ‘wat zeg je.’
‘Dat je de boodschappen snel binnen hebt.’
‘Ik heb er nog niets uitgehaald!’
‘Maar ze zijn toch leeg?’
‘Ja, dat waren ze al’
‘Toen je daar heen ging, maar waar zijn de boodschappen?’
Ton, staat met wee vragende ogen te kijken, is ze plotsklaps bevangen door de hitte, of wat?
‘Shit, shit ik moet ze in een andere fiets met zijtassen hebben gestopt’, bedenkt ze ineens.
Ton kan nog net op tijd de tuindeur openhouden, als Coby er doorheen raast. Ondanks de warmte wordt er stevig op pendalen gestaan. Al snel kwam ze bij het kleine winkel centrum aan. En jawel hoor, vlak naast de fietsenhouder waar ze zojuist had gestaan stond daar nog een fiets met dezelfde zijtassen. Ze kijkt schichtig om haar heen, en begint dan in een snel tempo de tassen over te hevelen. Het maakt niet meer uit wat zacht en hard is, alles moet snel over voordat een eventuele eigenaar komt opdagen. Of nog erger de politie. Nou die kwam er al aan! Iemand aan de overkant van de straat die zojuist op zijn vrouw stond te wachten had het hele tafereel gadegeslagen, en belde direct de politie. ‘Je zult het niet geloven, maar staat iemand de fietstassen leeg te halen van een fiets, en bij haar zelf in de zijtassen te doen. ‘
‘We komen er direct aan’
Het duurde natuurlijk nog even voordat deze ter plekke waren, en Coby was al weer onderweg. Inmiddels was de vrouw van de oplettende man aangekomen, en Wim vertelde van het voorval tegen zijn vrouw.
‘Maar wat nu dan, ze gaat er al vandoor!’
‘Kom, snel in de auto. Dan volgen we haar, en kunnen we het doorgeven aan de politie.
‘Oh ja, leuk spannend.’

En zo gebeurde het. Maar Coby nam natuurlijk een kortere route, en Wim moest aardig planken om haar bij te houden. Genoeg politie in het toeristen seizoen, en al snel was er één beschikbaar voor Wim met vrouw.
‘Goedemorgen, vanwaar al die haast?’
‘Nou, u zult het niet geloven, maar we achtervolgen een fietsendief.’
‘Ha ha, ja natuurlijk, hebt u geen betere smoes?’
‘Nee, echt. Ik heb zojuist nog gebeld naar het bureau!’
‘Laat maar zien dan’
Maar je zult het altijd zien, en telefoon is leeg en kan niet worden getoond.
‘U moet me geloven, snel dan kunnen we haar nog aanhouden’
‘We gaan maar even snel een bekeuring uitschrijven’
Ondertussen heeft de vrouw naast de man de slappe lach gekregen, en is niet meer te troosten.
‘Gaat het goed met uw vrouw?’ Informeert de agent nog.
‘Ja hoor ik lach me gek.’ Wim zal nog wel twee keer nadenken voordat hij nog eens een fietsendief gaat aangeven.

Op het winkel centrum staat een verbaasde vrouw. Net als ze haar boodschappen in de zijtassen wil doen ligt daar een krop sla. ??? En nog een verse ook. Ze neemt deze in haar hand, en kijkt er naar. Gut, mankeert niets aan denkt ze nog. Ondertussen komt er een agent aangelopen en informeert of zij misschien bestolen is?
‘Nee hoor, maar er zit wel een krop sla in mijn tas die er niet in zat.’
‘Wit u dit aangeven?’
‘Nee, waarom zou ik?’
‘Dus u gaat nu een krop sla meenemen die niet van u is?’
‘Ja, wat moet ik er dan mee?’
‘Misschien terug brengen naar de winkel?’
‘Bent u wel goed bij uw hoofd?’
Inmiddels gereed met inpakken wil ze haar weg vervolgen, en maakt aanstalten om te vertrekken. Maar de agent gaat voor de fiets staan, en informeert ‘waren wij al klaar met ons gesprek?’
‘Man sodemieter op, ga dieven vangen.’ Ze geeft de fiets een zet, en beland met het voorwiel tussen de benen van de agent. Deze is nu goed geïrriteerd, zeker als hij het modderspoor tussen zijn benen ziet. Hij bedenkt zich geen moment, en voordat de vrouw het weet zit ze in het politie busje. Molesteren van de edele delen zal de aanklacht wel worden.

Thuis gekomen van de wilde rit staat Ton al weer te wachten.
‘En, nog iets gevonden?’
‘ja hoor, alles was er nog in de fiets naast mij, gelukkig heeft niemand het gezien.’
‘oh, dat is maar goed ook, wat voor problemen had je niet kunnen hebben als de politie was langs gekomen…….

[wp_ad_camp_1]

About The Author

Martin van Gijn

Other posts by

Author his web sitehttp://martinvangijn.nl

26

01 2011

Your Comment