Kerstverhaal:Zuster Miranda

Zuster Miranda werkte in het locale ziekenhuis, ze was al aardig op leeftijd maar stond nog steeds haar mannetje. Ondanks ze vaak woorden had met de jongere garde, hield ze vast aan haar vaste patroon van het verzorgen van haar patiënten. Daar kon niemand haar vanaf houden. Ook dit ziekenhuis was ten prooi gevallen aan het nieuwe zorg systeem. Alles moest in detail vermeld worden evenals de gemaakte uren. Alles uiteraard in een computer programma, waar zij niet al te goed in was.
Vlak voor de kerst het jaar ervoor werd een meisje van drie jaar binnen gebracht. Ze had een ongeluk gehad samen met haar ouder en broertje. In eerste instantie leek het goed te gaan met haar, maar na de hersenbeschadiging raakte zij in coma. Daar was zijn nu al bijna een jaar in. Haar ouders en broertje waren allen genezen, en bezochten haar bijna elke dag. Maar nog geen teken van herstel. Artsen gaven geen hoop meer, maar zij hielden vast aan het geloof dat het ooit misschien weer goed zou komen. Alisia was haar naam. Ze had lang blond haar, en zag er uit of ze zo kon wakker worden uit een lange slaap. Helaas was dit niet zo, en had al maanden geen teken van ontwaken gegeven. Het artsen rapport was dan ook alles behalve goed. De ouders moesten een beslissing gaan nemen wat verder te doen. Zuster Miranda was van het begin af aan zeer met Alisia begaan. Ze woonde alleen, haar man was tien jaar terug al overleden. Veel familie had zij ook niet. En haar werk was alles voor haar. Dat was vaak niet zo voor de andere zusters, voor hen was het gewoon een werkdag. Het stak dan ook erg dat Miranda er al voor werktijd was, en vaak nog even doorging na werktijd. Ze liep dan vaak nog even langs Alisia om te kijken of alles goed was.
Maar half december werd zij gevraagd bij de directie te komen. Nee, het was geen salaris verhoging of gratificatie.

Het ging ongeveer zo:
‘Zuster Miranda, er zijn de laatste tijd wat klachten over u. Het schijnt dat u een loopje neemt met de ziekenhuis regels betreft het bijhouden van uren, en andere informatie. U bent al verschillende keren gewaarschuwd, en kunnen zo niet langer doorgaan.’
‘Maar ik ben me van geen kwaad bewust! Ik werk hier al heel mijn leven, hoe komt u daarbij?
‘Ik heb deze informatie uit betrouwbare bronnen.’
‘Bent u gek geworden of zo, dit kan helemaal niet!’
‘Mooi, zo is het genoeg geweest, u bent gewoon te oud geworden voor dit beroep. We hebben dan ook besloten dat we u moeten laten gaan. U krijgt nog waar u recht op hebt, en ter bescherming van de patiënten lijkt me het best als u er nu direct mee stopt.’
‘Maar dit kan helemaal niet, Alisia heeft mij nodig. Het kan gewoon niet!’
‘wie is Alisia, ik ken helemaal geen Alisia? Is dat iemand van dé nieuwe afdeling?’
‘Kijk dit is nu precies wie u bent, een ongevoelige klootzak die geen idee heeft wie er in de bedden ligt. Alisia is een klein meisje die al bijna een jaar in coma ligt.’
‘Ach kom, ik kan toch niet iedereen onthouden. Het zal best erg zijn. Wilt u nu mijn kantoor verlaten. Ik wens u nog veel succes.’

Met tranen in haar ogen loopt zij de lange gang uit. Ze kan het niet geloven, Alisia kan toch niet zonder haar. Verslagen loopt zij naar haar kleedkastje, en begint langzaam met het omkleden. Niemand is er om haar te troosten, ze is volkomen alleen. Het is al donker geworden als zij buiten komt. Ze pakt haar fiets, en gaat op weg naar huis. De weg lijkt eindeloos lang te duren, er staat dan ook een gure wind. Volgens de radio werd er sneeuw voorspeld. ‘Morgen haal ik mijn spullen wel op,’ dacht ze. Ze zette haar fiets in het kleine schuurtje naast de grasmaaier. Het was nog een oude kooi maaier die ze ooit van haar vader had gekregen. Naar haar gevoel honderd jaar geleden. Binnen gekomen zette ze snel de thermostaat omhoog. Ze startte dezelfde routine die ze afgelopen vijfendertig jaar al deed. Na het eten besloot ze maar eens een flink glas wijn te nemen, niet dat ze dit nooit deed maar nu waren het er wat meer. Tegen twaalven schrok ze wakker, en dacht even dat ze alles had gedroomd. Maar al snel besefte ze dat alles echt was gebeurd. Ze sleepte zich naar boven, en liet zich op bed vallen. Ze droomde weg, geholpen door de rode wijn. In haar droom stond ze plots naast Alisia, en streek haar door de blonde haren. Wat zag zij nu, ze knipperde met haar ogen om vervolgens deze op een kiertje open te doen. Heel zachtjes zij ze; bent u zuster Miranda?

Even dacht Miranda hoe ze haar naam kon weten, maar die had zij tijdens het voorlezen vaak genoeg genoemd. Ze had hele gesprekken in haar droom, en wilde zo snel mogelijk de ouders waarschuwen. Wacht hier, zij ze. Ze opende de deur van het vertrek waar zij stond, en donker naar hol. Op dat moment schrok ze wakker. Het was zo echt, zo echt zij ze tegen zichzelf. Ze keek op haar wekker, die op tien uur stond. Tien uur, dat kan helemaal niet. Ze haastte zich naar beneden om op de grote klok in de kamer te kijken. Deze gaf ook al over tienen aan. Ik moet mijn spullen halen, ik moet naar Alisia toe schoot het door haar heen. Ze pakte snel een broodje, en dronk wat melk. Ze haastte zich naar het ziekenhuis, en alles leek zo anders. Eerst naar Alisia dacht ze. Ze zwaaide naar de portier, en nam de trap omhoog. Geen tijd voor de lift nu. Als een snel wandelaar liep ze richting de deur van Alisia’s kamer. Maar deze stond open, en de kamer was leeg? Terug naar de zusters post, ‘waar is Alisia?’
‘ Oh, die is vanmorgen losgekoppeld, opgegeven hè.’ Het leek net even of er een lach om haar mond verscheen. Miranda snelde naar het mortuarium, en opende langzaam de deur van het vertrek. Nog niemand had de moed gehad haar af te leggen. Miranda liep langzaam dichterbij, het was net als in haar droom. Ze streek met haar hand door de blonde haren. Dit kan toch niet zei ze hard op. Ze legde haar hoofd op haar magere borst, en huilde zachtjes. Ze verwachte een koud lichaam, maar was verre van dat. Ze stopte abrupt met huilen, en luisterde heel goed, en hield even haar adem in. Bonk bonk, bonk, bonk klonk het. Je leeft, schreeuwde ze het bijna uit. Ze veerde overeind en riep haar naam. Miranda, je bent gek, dit kan toch helemaal niet! Alisia knipperde met maar ogen, om ze vervolgens op een kiertje open te zetten. Met een hoog en haarzuiver stemmetje, zei ze ‘ ben jij zuster Miranda?’

‘Ja, ja dat ben ik!’ Ze kon haar geluk niet op, omhoog kijkend zei ze zachtjes “dank u”

[wp_ad_camp_1]

Tags: , ,

About The Author

Martin van Gijn

Other posts by

Author his web sitehttp://martinvangijn.nl

24

12 2010

Your Comment