Ergens in Drenthe

Hij kwam daar puur toevallig langs. Wat een kippen! Allemaal witte. Zette zijn fiets tegen het hek, en belde aan.

‘Kan ik hier eieren kopen?’

‘Alleen bruine’

‘Maakt dat uit dan?’

De oude man met zeker een 30 cm grijze baard kijkt hem van onderen naar boven aan.

‘U weet het verschil niet tussen wit en bruin?’ Vraagt de oude man.

‘Jawel, zal ik mij eerst even voorstellen?’

‘Maakt dat uit dan?’

‘Nee, dat niet, mijn naam is Jan oude man’

‘Vind je mij oud dan?’

‘U hebt wel een grijze baard!’

‘Dat klopt, dat gaat vanzelf.’

‘Doet u dit vaak?’ Vraagt de oude man’.

‘Hoe bedoelt u dat?’ Vraagt Jan.

‘Een oude man met grijze baard op een mooie zondagmiddag lastig vallen met het vragen naar eieren die eventueel te koop zouden zijn?’

‘Normaal gesproken niet, maar ik dacht zo.’

‘Wit of bruin’

‘Doe dan maar bruin oude man’

‘Laat dat oude maar’ de oude man schuift de klemmende deur langzaam dicht. Jan wacht nu al 5 minuten. Maar goed hij heeft geen haast. Hij kwam hier toch toevallig langs.

Na tien minuten gaat de nog steeds klemmende deur open. De oude man heeft een kartonnen doos met gaatjes in zijn handen.

‘Wat kost het, oh ik had niet eens gezegd hoeveel’

‘Ik ging uit van zeven’

‘Hoezo zeven?’

‘Kent u madiwodovrijzazo’

‘Ik heb geen idee waar u het over hebt’

‘Één week misschien’

‘oh zit het zo!’

‘Zeven euro’

‘Zo, dat is niet goedkoop’

‘Graag of niet, en ze moeten nog groeien.’

‘Doe maar,.. groeien?’

Jan pakt de doos aan, en  beweegt in zijn handen. Hij kijkt in de doos, en ziet zeven bruine kuikentjes staan, die allen hem vragend aankijken. Langzaam sluit hij het gammele deksel op de doos. Met open mond staart hij de oude man met grijze baard aan.

‘Maar dit zijn kuikentjes!’

‘Soms staan ze te lang’

‘Maar deze zijn misschien twee dagen oud’

‘Dat klopt, ze staan al twee dagen’

‘Ik geef u er een stokje bij, dat kost niets’

‘Wat moet ik dan met dat stokje?’

‘Dat is voor avonds, dan willen ze niet meer staan’

‘Wilt u er nog wat voer bij?’

‘Doet u maar, ik krijg al wat honger’

Op de bagage drager is net genoeg plaats voor het doosje, en al hortend en stotend baant Jan zich een weg over het rulle zandpad.

‘Dat moet ik nog eens doen.’ Denkt hij.

Altijd al kippen willen hebben.

[wp_ad_camp_1]

About The Author

Martin van Gijn

Other posts by

Author his web sitehttp://martinvangijn.nl

17

11 2010

Your Comment